Het debat over Zuid-Afrika’s buitenlands beleid

Een eigen Zuidafrikaanse buitenlands-politieke traditie staat nog in de steigers. De inhoud ervan is voorwerp van scherp debat. In het verkiezingsprogramma van het ANC is sterk de nadruk gelegd op de mensenrechtelijke dimensie van het buitenlands beleid. Degenen die deze visie aanhangen omschrijft de auteur als ‘radicalen’. Degenen die zich teweerstellen tegen de ‘radicale’ kritiek op Zuid-Afrika’s praktisch optreden in internationale betrekkingen duidt hij aan als ‘realisten’ of ‘pragmatisten’. Ze kunnen worden aangetroffen op het ministerie van buitenlandse zaken. Er kunnen ook overlappingen zijn tussen deze twee percepties van buitenlands beleid, zoals blijkt uit de houding van zowel het Zuidafrikaanse ministerie van buitenlandse zaken als de critici ervan ten aanzien van Cuba, Nigeria en China. Het huidig debat wijst op een zekere creatieve spanning tussen de morele eisen van de radicalen en de beperkingen van ‘Realpolitik’. Die spanning kan nooit volledig worden opgelost in een wereld waarin staten hun externe omgeving zo weinig beheersen en morele claims dus vaak neerkomen op een keuze voor het minste kwaad. Noten, samenv. in het Engels (p. 292).

Title: Het debat over Zuid-Afrika’s buitenlands beleid
Author: Spence, J.E.
Year: 1996
Periodical: Internationale spectator: tijdschrift voor internationale politiek
Volume: 50
Issue: 5
Pages: 239-242
Language: Dutch
Geographic term: South Africa
Subject: foreign policy
Abstract: Een eigen Zuidafrikaanse buitenlands-politieke traditie staat nog in de steigers. De inhoud ervan is voorwerp van scherp debat. In het verkiezingsprogramma van het ANC is sterk de nadruk gelegd op de mensenrechtelijke dimensie van het buitenlands beleid. Degenen die deze visie aanhangen omschrijft de auteur als ‘radicalen’. Degenen die zich teweerstellen tegen de ‘radicale’ kritiek op Zuid-Afrika’s praktisch optreden in internationale betrekkingen duidt hij aan als ‘realisten’ of ‘pragmatisten’. Ze kunnen worden aangetroffen op het ministerie van buitenlandse zaken. Er kunnen ook overlappingen zijn tussen deze twee percepties van buitenlands beleid, zoals blijkt uit de houding van zowel het Zuidafrikaanse ministerie van buitenlandse zaken als de critici ervan ten aanzien van Cuba, Nigeria en China. Het huidig debat wijst op een zekere creatieve spanning tussen de morele eisen van de radicalen en de beperkingen van ‘Realpolitik’. Die spanning kan nooit volledig worden opgelost in een wereld waarin staten hun externe omgeving zo weinig beheersen en morele claims dus vaak neerkomen op een keuze voor het minste kwaad. Noten, samenv. in het Engels (p. 292).